Gefinancierd door Novo
Waarom is behoud van gewichtsverlies lastig (jojo-effect)?
Het lukt veel mensen op korte termijn vaak goed om een paar kilo af te vallen. Meestal door een tijdelijk dieet met weinig calorieën. Helaas blijkt dit op de langere termijn vaak niet effectief. Onderzoek naar 14 populaire dieetprogramma’s laat zien dat er na een jaar nog nauwelijks sprake is van gewichtsverlies.[1] Meestal komt het verloren gewicht, of zelfs meer, er na enige tijd weer volledig aan. De huisartsenrichtlijn ‘Obesitas’ uit 2025 raadt (streng) diëten dan ook sterk af.[2]
Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat verklaart waarom op gewicht blijven na te zijn afgevallen zo moeilijk is. Dat heeft weinig te maken met een gebrek aan wilskracht of discipline, maar komt vooral door onze biologie. Als je afvalt, probeert je lichaam namelijk terug te keren naar het oude gewicht.[2-4]
Om dit beter te begrijpen is het belangrijk eerst goed te snappen hoe je lichaam jouw eetlust regelt. Daar zijn verschillende hormonen bij betrokken. Zo is ghreline een belangrijk hongerhormoon dat vrijkomt uit je maag. Vooral wanneer je maag leeg is zorgt ghreline voor een signaal aan je hersenen voor een toename in hongergevoelens. Zodra je gaat eten en dit in je darmen terecht komt, neemt de afgifte van verschillende verzadigingshormonen toe. Deze verzadigingshormonen, waaronder GLP-1, zorgen vervolgens via de hersenen voor een gevoel van verzadiging waardoor je stopt met eten. Deze wisselwerking van honger- en verzadigingshormonen regelen op deze manier steeds het beginnen en eindigen van een maaltijd.[5]
Als je afvalt, probeert je lichaam terug te keren naar het oude gewicht. Dit heet het oude setpoint. Om dit te bereiken kunnen hongerhormonen toenemen en verzadigingshormonen afnemen. Dit zorgt voor een toename in honger en trek. Ook gaat de stofwisseling vaak langzamer werken. Lijnen lijkt op deze manier het gevoel van honger en verzadiging langdurig, en mogelijk blijvend, te ontregelen. Deze veranderingen lijken bij mensen met obesitas sterker aanwezig dan bij mensen zonder overgewicht.[2-4, 6, 7]
Daarnaast hebben veel mensen met overgewicht of obesitas last van wat we nu food noise noemen. Food noise zijn ongewenste, aanhoudende, opdringerige, gedachten over eten die het dagelijks functioneren kunnen beperken.[8] Ook food noise lijkt bij te dragen aan gewichtstoename na afvallen. De veranderingen na gewichtsverlies in hormonen die honger en eetlust regelen, dragen waarschijnlijk bij aan de toegenomen honger, cravings en de aanhoudende gedachten aan eten.[8]
Oftewel, na gewichtsverlies probeert je lichaam terug te keren naar je oude gewicht. Er treden vaak veranderingen op in hormonen die je eetlust regelen. Ook gaat de stofwisseling vaak langzamer werken. Dit alles kan langdurig, misschien zelfs blijvend aanhouden. Tot slot lijkt ook food noise toe te nemen. Door de combinatie van al deze veranderingen komen veel mensen weer aan tot hun oude gewicht. Dit wordt ook wel het jojo-effect genoemd.[2-4, 6-8]
Bronnen
- Ge L et al. Comparison of dietary macronutrient patterns of 14 popular named dietary programmes for weight and cardiovascular risk factor reduction in adults: systematic review and network meta-analysis of randomised trials. BMJ. 2020;369:m696.
- NHG-Standaard Obesitas, Obesitas | NHG-Richtlijnen
- Van Rossum EFC et al. Farmacotherapie voor obesitas. Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D4907.
- Melby CL et al. Attenuating the Biologic Drive for Weight Regain Following Weight Loss: Must What Goes Down Always Go Back Up? Nutrients. 2017;9(5):468.
- Van den Akker ELT. Eetlustregulatie. Targets voor obesitasbehandeling? Kinderarts & Wetenschap nummer 7 – Oktober 2013.
- Sumithran P et al. Long-Term Persistence of Hormonal Adaptations to Weight Loss. N Engl J Med. 2011;365(17):1597-1604.
- Fothergill E et al. Persistent metabolic adaptation 6 years after "The Biggest Loser" competition. Obesity (Silver Spring). 2016;24(8):1612-1619.
- Dhurandhar EJ et al. Food noise: definition, measurement, and future research directions. Nutr Diabetes. 2025;15(1):30.